1632: de Latijnse school

Elburg (2016) - voormalig Weeshuis en Latijnse School "Intendasanimum Studiisetrebushonestis"

Tot 1600 is er in de regio niet veel meer dan wat elementair onderwijs, welke gegeven wordt door de geestelijken. De gildereglementen bepalen dat men voor een beroepsopleiding naar een leermeester gaat. Een meer wetenschappelijke opleiding wordt alleen gegeven in de grotere steden. Particulieren en instellingen steunden fondsen met een geestelijk of liefdadig doel (vicariën). In Enschede ontstaat, volgens dr. A. Benthem, de Sint-Steffensvicarie, welke financiële steun biedt om de opleiding tot geestelijke te kunnen betalen.

In 1597 verovert Prins Maurits Enschede op de Spaanse troepen. Wegens voortdurende oorlogsdreiging duurt het nog tot 1632 voor de vicarie daadwerkelijk door het stadsbestuur bestemd wordt voor de studie van het Latijn: de Latijnse school. Vermoedelijk was de eerste rector Benardus Mattaeï (1647), gevolgd door predikant Joannes Strick (1712), Joan Diederik Stroink (1729) en Ds. Albertus Weddelink. Nadat deze laatste in 1813 overlijdt, neemt het gemeentebestuur het beheer op zich.