1854: Armenwet

Enschede

Als gevolg van de opkomende industrialisatie ontstonden in de 2e helft van de 19e eeuw sociale wantoestanden. Het ministerie van Binnenlandse Zaken, vanaf 1801 verantwoordelijk voor de volksgezondheid en armenzorg, kwam in 1854 met de Armenwet en in 1865 met een aantal wetten voor de beroepsuitoefening van artsen en apothekers en het Staatstoezicht op de Geneeskunde. De regering hoopte zo een einde te maken aan de epidemieën, die veel slachtoffers maakten en aan de kwakzalverij, die in deze sociale armoede welig tierde.