1750: zorg voor zieken en armen

Brueghel

Tot aan het eind van de 18e eeuw was er nauwelijks sprake van enige overheidsbemoeienis op het gebied van volksgezondheid en welzijn. De zorg voor zieken en armen werd overgelaten aan het particulier initiatief. De hygiënische omstandigheden waaronder de Nederlandse bevolking leefde waren slecht. Werklozen, weduwen, invaliden en ouderen werden allen beschouwd als armen en werden in hun lot overgelaten aan de liefdadigheid van anderen. Tijdens de Bataafse Republiek (1795-1806) werd voor het eerst erkend dat volksgezondheid en armenzorg aandacht verdiende van de centrale regering. Ondanks het feit dat het onderwerp volksgezondheid was opgenomen in de grondwet, bleef de overheidsbemoeienis beperkt.