1910: glorietijd

Enschede 2005 - Museum Jannink

De jaren vóór de Tweede Wereldoorlog vormen in economische zin - de crisistijd even buiten beschouwing gelaten - de glorietijd voor de Twentse textielindustrie. Tienduizenden mensen verdienen hun brood achter de spillen van de weefgetouwen. De fabrikanten verdienen goud aan de uitvoer van katoentjes naar Nederlandsch-Indië.

In menselijk opzicht daarentegen past echter geen hoera-geroep. De arbeidsvoorwaarden zijn slecht; er wordt gewerkt op stukloon waarbij de normen hoog liggen. Gaat het goed met de handel dan wordt het loon wel eens verhoogd; stagneert de afzet, dan worden onmiddellijk loonsverlagingen ingevoerd. Dat hierdoor enkele grote sociale conflicten ontstaan, zal niemand verbazen. De meeste bedrijven zijn in handen van een paar kleine families (Van Heek, Ledeboer, Gelderman, Ter Kuile, Scholten, enz.) die de absolute macht hebben.