1830: Belgische opstand

Enschede 2005 - Museum Jannink

Als in 1830 door de Belgische opstand het productiegebied België wegvalt, wordt vervanging gezocht voor de katoenen weefsels die als betaling dienen voor de uit Indië afkomstige koloniale waren. Vanwege de al aanwezige textielnijverheid en omdat de lonen hier laag zijn en er een overschot aan arbeiders is, wordt Twente uitgekozen voor de nieuwe textielactiviteiten van de Nederlandsche Handel Maatschappij. Koning Willem I en de mede door hem opgerichte N.H.M. trachten een exportindustrie op te zetten. Om de Twentse bevolking een nieuwe techniek van weven te leren, worden weefscholen opgezet. Tot dan toe worden op de weefgetouwen meestal de "smietspoelen" gebruikt; de nieuwe snelspoel die met een systeem van koorden door de ketting wordt geslagen levert een driemaal hogere productie op. De eerste weefschool wordt in 1833 in Goor gesticht onder leiding van de Engelsman Thomas Ainsworth. De nieuwe werkwijze is minder inspannend, waardoor vooral kinderen tot wevers worden opgeleid.