1904: Begraafplaats Doodenzorg

2013-10-20 114707

De behoefte aan begraafplaatsen in het sterk groeiende Glanerbrug van begin twintigste eeuw neemt fors toe. Tot dan is men aangewezen op begraafplaatsen in Enschede. Als men een begrafenis wil bijwonen, dan betekent dat voor een arbeider dat hij een volle dag vrijaf moet zien te krijgen, een vaak onmogelijke opgave.

In 1904 wordt de vereniging Doodenzorg opgericht. Het bestuur bestaande uit de heren Schweiger, Rools, Scheffers, Kleinstra, Kooi, Ruiter en Vos krijgt tot taak om een geschikte plek voor een begraafplaats aan te kopen en om statuten voor de vereniging op te stellen. Binnen een jaar slaagt het bestuur erin om aan deze taakstelling te voldoen.

Van G.J. Bos wordt een stuk grond ter grootte van 6½ schepel gekocht voor een bedrag van 100 gulden per schepel. Op 12 december 1904 komt de ministeriële goedkeuring over de ingediende statuten binnen. De kosten voor de aankoop van de grond worden verhaald op de leden van de vereniging evenals het jaarloon van de grafdelver dat 100 gulden bedraagt. De leden betalen dan een jaarlijkse contributie van 60 cent. De begraafplaats wordt opengesteld op zon- en feestdagen van 15.00 - 17.00 uur.

De zwarte lijkkoets die tot ver in de jaren zestig gebruikt wordt voor het vervoer van de overledene naar zijn laatste rustplaats, staat gestald naast het gebouw van de Glanerbrugse broodfabriek aan de Bentstraat.